Karin (43) is emotioneel verwaarloosd en psychisch mishandeld

 “Mijn zoontje probeer ik op te voeden met de wetenschap dat ieder gevoel aandacht verdient, dat hij boos mag zijn, verdrietig of bang. Het gevoel dat er waarde gehecht wordt aan je gevoelens, dat je ouders er voor je zijn, is veilig en vertrouwd. En dat gevoel heb ik in mijn jeugd ontzettend gemist. Wat had ik graag met mijn kinderangsten bij mijn vader en moeder willen komen, en deze tips voor opvoeding willen aanbevelen. Mijn moeder had sowieso nooit tijd en aandacht voor me. Als ik aandacht kreeg, was het in de vorm van hysterische buien, woede-aanvallen, een venijnige blik of een flinke kneep in mijn arm. Ik heb m’n moeder echt nooit willen treiteren, maar ik kon gewoon niks goed doen. Op een gegeven moment wist ik niet meer hoe ik me moest gedragen, ik werd heel bang, onzeker en depressief. Karin(43) is emotioneel verwaarloosd en psychisch mishandeld.

 

“Mijn zoontje probeer ik op te voeden met de wetenschap dat ieder gevoel aandacht verdient, dat hij boos mag zijn, verdrietig of bang. Het gevoel dat er waarde gehecht wordt aan je gevoelens, dat je ouders er voor je zijn, is veilig en vertrouwd. En dat gevoel heb ik in mijn jeugd ontzettend gemist. Wat had ik graag met mijn kinderangsten bij mijn vader en moeder willen komen, maar ik durfde niet. Mijn moeder had sowieso nooit tijd en aandacht voor me. Als ik aandacht kreeg, was het in de vorm van hysterische buien, woede-aanvallen, een venijnige blik of een flinke kneep in mijn arm. Ik heb m’n moeder echt nooit willen treiteren, maar ik kon gewoon niks goed doen. Op een gegeven moment wist ik niet meer hoe ik me moest gedragen, ik werd heel bang, onzeker en depressief.

 

Mijn moeder was huisvrouw en altijd aan het poetsen. Daarbij kon ze mij niet gebruiken, ik was lastig voor haar. Om het minste of geringste begon ze tegen me te razen en te tieren. Mijn vader is één keer tegen haar in gegaan, maar kreeg toen te horen dat je als ouders niet tegen elkaar in hoorde te gaan waar een kind bij was. Daarna heeft hij er nooit meer iets van gezegd.

 

Ik heb vaak gedacht dat ik liever een moeder had die buitenshuis werkte maar die er, àls ze thuis was, in ieder geval wel voor me was. Als kind heb ik altijd aangenomen dat iedereen me zag zoals mijn moeder me zag: een lastig kind waar niets van terecht komt. Anders zouden mensen toch wel tegen mijn moeder in gaan als ze hen liet merken dat er van mij niks deugde? Toen ik volwassen was, vertelden diezelfde mensen dat ze mijn moeder nooit hebben dúrven tegenspreken, of dachten dat het toch niet zou helpen. Hadden ze me maar laten merken dat ze het niet met mijn moeder eens waren dat ik zo’n vervelend kind was, dan was ik het misschien zelf niet gaan geloven! Als je alléén maar kritiek hoort, kun je geen zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld opbouwen. Dat heeft gevolgen voor de rest van je leven, voor de keuzes die je maakt. En mensen maken makkelijk misbruik van je onzekerheid, of misdragen zich. En dan nóg denk je bij jezelf dat jij wel iets verkeerds zult hebben gedaan.”

Anne (48): is psychisch en lichamelijk mishandeld

“Misschien zou je geen kindermishandeling verwachten bij ons thuis. We waren op het oog een normaal, gemiddeld gezin. Toch zat er iets scheef. Als er geen pottenkijkers bij zijn, kunnen stress en spanningen behoorlijk exploderen. Mijn moeder kon hysterisch worden als iets haar niet beviel. Dan schold ze me uit: “Je bent te achterlijk om voor de duvel te dansen. Denk je dat iemand jou aardig vindt?! Jij vuile kleremeid!” Toen ik een jaar of twee, drie was, werd ik regelmatig buiten de deur gezet met de boodschap: “Ga maar weg, je komt er niet meer in.” Wat je dan voelt als kind, is nog het beste te omschrijven als een soort innerlijk flauwvallen.

Ik deed mijn uiterste best om mijn moeder te plezieren, ik had zo’n behoefte aan haar liefde en waardering. Rond mijn derde jaar ging ik mijn moeder overal mee helpen, in de hoop dat het dan beter met mijn moeder zou gaan. Toen ik zes jaar was, kreeg ik een zusje. Mijn moeder kon er niet tegen als de baby veel huilde, en schudde mijn zusje vaak heel hard door elkaar. Ik bevroor bij die aanblik. Op een gegeven moment rende ik naar mijn zusje toe als ze huilde. “Laat maar mama, ik troost haar wel.” Ik ging steeds meer de zorg voor mijn zusje van mijn moeder overnemen.

Mijn moeder kon niet alleen zijn. Na schooltijd werden wij thuis gehouden. Tegen vriendjes en vriendinnetjes deed ze soms zo naar dat ze huilend naar huis gingen. Als tiener deed ze heel moeilijk als ik maar met een jongen had gepráát. Dan noemde ze me al een hoer. Ze zei ook continu dat wij lelijk waren. Onze seksuele ontwikkeling werd pertinent te kop in gedrukt. Misschien is ze vroeger zelf wel seksueel misbruikt. We werden ook tegengewerkt in onze wens om na de lagere school door te leren. Ze had geen oog voor de behoefte van haar opgroeiende kinderen; wij waren er voor háár.

Mijn vader was een goeiige man. Hij was heel belangrijk voor mij. Ik telde de uren af tot hij thuiskwam. Hij werkte hard en daarnaast deed hij ook nog veel in het huishouden. We moesten allemaal veel in huis doen, want mijn moeder heeft een hele ziektegeschiedenis en was fysiek niet sterk. Maar in woorden was ze mijn vader de baas. Als hij zag dat onze moeder tegen ons tekeerging probeerde hij haar wel te kalmeren, maar het had weinig effect. Als mijn vader in de buurt was, hield ze zich in. Als hij er niet bij was, was het des te erger. Toch heeft het me goed gedaan dat mijn vader probeerde te voorkomen dat mijn moeder zo tegen ons tekeerging of ons hard aanpakte. Ik begreep daardoor dat het niet goed was wat mijn moeder deed en dat hielp me haar gedrag te relativeren.

Ook de buren hebben mijn moeder wel eens aangesproken op haar hysterische buien, als ze toevallig kwamen binnenlopen tijdens zo’n scène. De huisarts had geregeld gesprekken met mijn ouders. Een keer hoorde ik de dokter tegen mijn moeder zeggen dat hij maar wat blij zou zijn met zulke kinderen. Dat deed me heel erg goed, door die tegengeluiden bleef ik in mezelf geloven.

Mijn opvoeding heeft me heel erg getekend. Ik werd heel stil en had weinig of geen vertrouwen in volwassenen. Ik voelde me in de steek gelaten en wilde het liefst wegkruipen. Nu nog heb ik een soort van antenne om mensen gevoelsmatig af te tasten.

Ik weet nu dat mijn moeder psychisch zelf erg leed, door haar achtergrond. Zij had vroeger een driftige, gewelddadige vader. Ze heeft op haar manier haar best gedaan ons een betere jeugd te geven dan zij zelf heeft gehad en is daar tot op zekere hoogte ook in geslaagd. Als zij de juiste hulp had gehad, was het misschien heel anders gelopen. Dan had de liefde die in potentie wel aanwezig was, misschien gestalte kunnen krijgen.”

Decoreren van de babykamer met muurdecoratie

Bent u aan het denken aan het versieren van de kamer van uw kind of de muren van uw huis? Dan zijn muurstickers een goede optie. In tegenstelling tot duur behang, is dit een zeer voordelig alternatief.. Bovendien is met het verstrijken van de tijd, het ontwerp van het behang niet verandert, terwijl de smaak van uw kinderen wel met de jaren anders wordt. Daarom is het beter om te kiezen voor het versieren van de kamer van uw kind met muurstickers die indien nodig kan worden verwijderd en waarbij de kamer opnieuw kan orden ingericht volgens de behoeften van het kind.

Muurstickers zijn populair geworden omdat deze vorm van muurdecoratie eenvoudig verwijderbaar is en overall kan worden toegepast op de kamer volgens de keuze van uw kind. Muurdecoratie voor op de babykamer heeft een enorme verandering ondergaan en tegenwoordig zijn er een schat aan opties beschikbaar. Ze kunnen worden gebruikt op een vrijwel elke wijze, zodat het vrolijkheid aan de kamer van uw kind toevoegt en ook aansluit bij hun eigen persoonlijkheid. Dit zal helpen bij het ​maken van een band met hun kamer. Een verwijderbare muursticker voor kinderen zijn een top keuze voor zowel u als uw kind!

Barbara (31) werd emotioneel verwaarloosd

“Bijna alles in ons gezin draaide om mijn moeder en haar ziekte. Ze was en is manisch-depressief, al wil ze dat zelf niet toegeven. Als mijn moeder psychotisch of depressief was, maakte mijn vader zich vooral druk om haar. Mijn oudere broer en zus moesten ons dan maar zien te redden met onze eigen emoties. Ik heb er weinig van gemerkt dat mensen om ons heen zich afvroegen hoe het met ons ging. We lieten er ook weinig van merken dat het thuis niet goed ging; we waren een gesloten gezin, ziekelijk loyaal aan elkaar.

Mijn ouders gingen zelden of nooit naar ouderavonden op school. Als ik thuis kwam uit school, lag mijn moeder meestal op de bank. Ze vroeg dan niet hoe mijn dag was geweest. Mijn vader ook niet. Als mijn moeder was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, wat vrij vaak gebeurde, was de situatie niet veel beter. Mijn vader dronk om met de situatie om te kunnen gaan. Soms als mijn moeder net was opgenomen, zat mijn vader met zijn hoofd in zijn handen op de bank met een fles drank voor zich op tafel.

Ik was bang, somber en ik had faalangst, maar dat liet ik niet zien. Als ik me soms wel uitte, door bijvoorbeeld boos te worden op mijn moeder of te schreeuwen, werd dat niet serieus genomen. Dan werd bijvoorbeeld gezegd dat ik niet zo boos moest doen, omdat dat niet leuk was voor mama. Dus verborg ik mijn emoties. Vaak ook werden mijn emoties overspoeld door de hare, want wat zij allemaal voelde leek veel en veel erger te zijn. Trouwens: het was geen kwade opzet van mijn ouders. Ik geloof zelfs dat ze het beste met me voorhadden. Maar er was zoveel onmacht. Mijn moeder was ziek en kon dat niet erkennen, mijn vader realiseerde zich simpelweg niet dat het in de gaten houden van het welzijn van je kinderen bij het vaderschap hoort.

Ik kreeg weinig aandacht en vroeg er ook nauwelijks om. De problemen van mijn ouders waren veel belangrijker, het kwam niet eens in me op dat ik ook belangrijk was. Ook naar de buitenwereld liet ik niet veel merken. Hoewel ik onbewust natuurlijk wel veel signalen heb uitgezonden. Zo was ik bij volwassenen opvallend braaf, om maar aardig gevonden te worden. Maar ik kon ook heel raar reageren en ik maakte veel ruzie met andere kinderen. Vaak vonden mensen me ook humeurig.

Toch heb ik steun gekregen van mensen om me heen. Dat zocht ik zelf ook op. Ik was vaak bij vriendinnetjes thuis. Twee gezinnen zijn heel belangrijk voor me geweest. In één gezin kwam ik vaak toen ik een jaar of tien, elf was. Er werd niet concreet gepraat over wat er bij mij thuis speelde, maar ze wisten er wel van en dat was een fijn gevoel. Vooral de moeder had oog voor me. Gaf me een knipoog, of legde een hand op mijn schouder. Ik weet nog dat ik een keer alleen met haar aan haar keukentafel zat. Ik zei dat ik soms bang was om te slapen, en toen vertelde zij dat zij dat ook wel eens had en dat ze een speciaal koffertje naast haar bed had staan. Aan God vroeg ze dan of ze haar zorgen ‘s avonds in dat koffertje mocht doen en of hij zich er dan over wilde ontfermen. Dat vond ik prachtig en daar heb ik veel steun aan gehad. Ik vond het heerlijk als ik van de moeders van vriendinnetjes wat aandacht kreeg en een gezellige middag kon hebben door gewoon daar thuis te zijn en te spelen. Zij hoefden me niet te ‘redden’, alleen maar lief en zorgzaam te zijn, net als een echte moeder.

Er zijn ook mensen van wie ik wél meer had verwacht. De huisarts, leerkrachten, vrienden en kennissen van mijn ouders, het personeel van het psychiatrisch ziekenhuis waar mijn moeder vaak was. Maar ook van familie. Ze luisterden naar de problemen van mijn ouders, maar deden niets voor mijn broer, zus en mij. Al die mensen hebben zich niet genoeg gerealiseerd hoe schadelijk de situatie voor ons was. Toen ik later sommigen van hen vertelde hoe het vroeger thuis was voor ons en wat het allemaal heeft veroorzaakt, schrokken ze wel. Meestal hoor ik dan dat ze wel zagen dat er iets aan de hand was, maar ook niet wisten wat ze eraan konden doen of zich er niet mee durfden te bemoeien. En dat vind ik misschien nog wel het ergst, want je kunt een kind in zo’n situatie zo eenvoudig wat steun bieden.”

Crest Whitestrips ervaringen

crest whitestripsErvaringen met Crest Whitestrips helpen u een beter idee te geven over dit unieke product om uw tanden te bleken. Er wordt wel eens beweerd dat dit een van de meest effectieve bleekmiddelen voor thuis is. Iedereen wil vandaag de dag natuurlijk stralend witte tanden, dus het is belangrijk om ervaringen van anderen te lezen voordat u uw hard verdiende geld spendeert aan dit soort middelen. Als u nadenkt om Chrest Whitestrips te kopen, dan is het altijd nuttig om een idee te krijgen van het product, de functies, specificaties en het gebruik. Dit kan met behulp van de ervaringen en beoordelingen van anderen. In de meeste gevallen geven beoordelingen van gebruiker u namelijk een beter beeld van het product, zodat u zien begrijpen of het echt effectief en veilig is. Gelukkig staat al dit soort informatie op vele websites op het internet.

Als u uw tanden dus wilt witten raden we u zeker aan om eens op zoek te gaan naar Crest Whitestrips!

Henk (57) werd mishandeld en psychisch verwaarloosd

“Ik werd thuis constant genegeerd. Mijn ouders vonden me lastig. Ze stuurden me vaak naar mijn kamer of legden me met een snauw het zwijgen op. Er was totaal geen aandacht, warmte en veiligheid. Mijn ouders waren 45 toen ik werd geboren. Een nakomertje was ik, een ongewenst kind. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik er niet hoorde te zijn en dat ik er niet toe deed.

Het gezin van een vriendje uit de buurt is mijn redding geweest. Ik leerde dat jongetje kennen toen ik een jaar of drie was. Bij hem thuis was het hartstikke leuk. Zijn moeder was dol op kinderen. Ze vroeg hoe het op school ging en zorgde voor thee en koekjes. Heel fijn, maar ook pijnlijk, want daardoor wist ik extra goed wat ik thuis miste. Zij wisten wel hoe het er bij mij thuis aan toe ging. Iedereen in de buurt wist dat mijn vader een extreme driftkop was, want het ging er vaak hardhandig aan toe, met veel lawaai. Ik zal ook wel blauwe plekken hebben gehad. Toch wist ik dat mijn vader van me hield. Dat was juist het verwarrende: hoe kon iemand die van je hield zo weinig van je verdragen?

Om aan de sfeer thuis te ontsnappen, was ik bijna altijd bij mijn vriendje thuis. Zijn moeder zag hoe blij ik bij haar thuis was en ze heeft zelfs overwogen mij te adopteren. Ik weet niet of dat had gekund, maar het ging niet door want haar man vond dat niet goed. Omdat mijn gezin een andere maatschappelijke achtergrond had. Niet christelijk, maar socialistisch. Dat was in die tijd belangrijk. Toch heeft haar voornemen me te adopteren veel voor me betekend: het gaf me het gevoel dat iemand me echt de moeite waard vond.

Toen ik negen was, kwam ons gezin onder toezicht te staan en werd ik uit huis geplaatst omdat mijn leven door de lichamelijke mishandelingen gevaar liep. Ik moest naar een tehuis. Eigenlijk kwam ik van de regen in de drup, al liep mijn leven geen gevaar meer. Een kindertehuis in de jaren vijftig: orde, tucht, regelmaat. Je werd vernederd, je werd geslagen en ik voelde me er ontzettend eenzaam. Maar ik heb er ook goede herinneringen aan. Af en toe was er een leider die echt het beste met ons voorhad en die zijn best deed er wat van te maken. Ik bleef er bijna vijf jaar, daarna moest ik terug naar huis. Waar de situatie niet verbeterd was. Ik heb het er uitgehouden tot ik uit huis ging.

Ik heb kinderen. Ik ben getrouwd geweest en heb verschillende relaties gehad. Maar relaties hielden nooit stand en ik weet zeker dat dat door mijn jeugd komt. Door therapie en door de goede ervaringen bij mijn vriendje thuis – ik heb nog steeds contact met hem – heb ik me staande weten te houden in de maatschappij en ben ik bijvoorbeeld niet crimineel of verslaafd geraakt, maar heel diep van binnen heb ik nog steeds het gevoel dat ik er niet toe doe en dat ik er niet hoor te zijn. Ook al zeggen mijn kinderen dat ik de moeite waard ben, ik kan niet geloven dat iemand werkelijk iets om me geeft.”